In deze veertigdagentijd of lijdenstijd schrijven we korte teksten bij een schilderij van Olga Streutker. In de Bethlehemkerk hangen zeven schilderijen uit haar serie ‘De lijdensweg van Christus’. Deze week de berechting.
Kruisig hem!
Het volk roept: “kruisig hem! kruisig hem!”
Jezus staat voor Pilatus. Zijn oordeel: deze mens is onschuldig.
Maar de hogepriesters volharden in hun beschuldiging.
En de menigte schreeuwt, een koor van stemmen, hees van woede, de vuisten gebald: “Kruisig hem!”
Waar ben ik?
Een woedende, schreeuwende menigte. Sta ik in de menigte?
Schreeuw ik mee? Of kijk ik van een afstand toe?
Kruisig hem! Kruisig hem!
Iedere dag opnieuw worden er mensen gekruisigd. Fysiek, verbaal.
Ik zie de beelden op de televisie. De blijdschap én het verdriet, de vreugde én de rouw van de menigte na de dood van de meedogenloze leider.
Ik zie de beelden van een triomfantelijke president met een belachelijk wit petje op. Van een trotse premier.
Verlosser?
Zelfbenoemde verlossers van… Ja, van wat of van wie eigenlijk?
Van het volk?
Maar datzelfde volk wordt getroffen door raketvuur, door bombardementen.
Ik zie de doden en gewonden op mijn scherm. De doden en gewonden die zoëven nog juichten over de dood van de leider, én de doden en gewonden die daarnet nog treurden…
Bommen kunnen geen onderscheid maken. Maken geen onderscheid.
Zwijgen
En ik? Ik ben geen verlosser.
Ik ken slechts één Verlosser. En die wordt nog steeds gekruisigd.
Iedere dag opnieuw, telkens wanneer ik ervoor kies om te zwijgen.
Maar ik wil niet zwijgen… wanneer mensen vermoord, verkracht, onschuldig veroordeeld worden.
Ik wil niet zwijgen … wanneer het internationale recht verkracht wordt.
Ik wil niet zwijgen … wanneer we het ene regime wel veroordelen en het andere zijn gang laten gaan in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever.
Ik wil niet zwijgen … wanneer anderen zwijgen over Soedan, over Nigeria, over Libanon.
Vuist
Kruisig hem! Die gebalde vuist, die herken ik.
Het is mijn vuist. De vuist die ik maak tegenover onrecht, machtsmisbruik, hypocrisie. Een vuist van onmacht, van woede.
Een vuist die langzaam verandert … in een hand die zich vouwt.
In twee handen die zich vouwen tot een gebed: Geef vrede, Heer.
Geef vrede in de harten van de mensen. Geef vrede tussen mensen.
Maar nog eens
verhief Pilatus tegenover hen zijn stem
dat hij Jezus wilde loslaten.
Maar zij overstemden hem en zeiden:
kruisig, kruisig hem!
Naardense Bijbelvertaling Lucas 23:20-21.
